Titus magente totaal.jpg

Honderd wereldberoemde gravures van Boëtius en Schelte à Bolswert
Vergeten topgraveurs in dienst van Bloemaert, Rubens en Van Dyck


04 juni 2013 – 07 september 2013


Voor de liefhebber van kopergravures en devotiegrafiek uit de Gouden Eeuw zijn in het Titus Brandsma Museum een kleine honderd werken uit Nederlandse, Antwerpse en Brusselse musea van het wereldberoemde oeuvre (meer dan 740 werken) van Boëtius (Bote) en Schelte à Bolswert te zien. De expositie Van Bolswert naar Antwerpen is een internationale primeur: aan het werk van de Friese broers is nooit eerder integraal aandacht besteed.

Een monografie die tegelijk met de expositie wordt uitgebracht, haalt hen definitief uit de vergetelheid. De expositie is een cadeau van het jubilerende Sint Anthony Gasthuis (550 jaar), dat zelf een kleine collectie van de gebroeders Bolswert bezit.

Van Bolswert naar Antwerpen

Precies tegenover dat jubilerende Gasthuis woonde het gezin van Adam Bottezoon, waar de broers Boëtius (1580-1633) en Schelte (1586-1659) geboren werden. Aan de vooravond van de Gouden Eeuw trokken de Bolswarders naar Amsterdam waar zij zich met de naam à Bolswert tooiden. De broers bekwaamden zich in het ambacht van de kopergraveur en werkten nauw samen met schilders als David Vinckboons, Gillis van Coninxloo, Michiel van Mierevelt en Abraham Bloemaert.


Bekendste werken van Boëtius uit die periode is De beurs van Amsterdam (1609), het Portret van Willem Lodewijk van Nassau (naar Van Mierevelt) en een grote serie boerderij- en landschapsprenten naar tekeningen van Bloemaert. Van de jonge Schelte is een indrukwekkende Intocht van Jezus in Jeruzalem (naar Van Coninxloo) bekend.

Primeur: onbekend schilderij van Schelte

Niet tevreden met de godsdienstige situatie in het gereformeerde Amsterdam verhuisden de katholieke broers in 1617 naar Antwerpen, de ‘stad met een katholiek gelaat’. Uit de periode vlak voor hun vertrek stamt het enige schilderij dat de signatuur draagt van Schelte à Bolswert, een Tenhemelopneming van Maria geïnspireerd op tekeningen van Abraham Bloemaert. Het bestaan van dit werk (olieverf op doek, 100 x 76 cm.) was vaag bekend, maar nergens gedocumenteerd. Het Titus Brandsma Museum is erin geslaagd het schilderij in Zuid-Duitsland bij een particulier te traceren, die het voor de expositie in bruikleen gaf. Uit onderzoek bleek de authenticiteit van de signatuur.

Naar Antwerpen: Rubens

In Antwerpen slaagden Boëtius en Schelte er binnen korte tijd in zich een plaats te verwerven tussen de succesvolste graveurs van de Zuidelijke Nederlanden. Het beste bewijs voor de kwaliteit van hun werk is wel dat Peter Paul Rubens en Anton van Dyck, topschilders der Vlaamse barok, zowel Boëtius als Schelte langdurig in dienst namen om hun schilderijen in prent te laten brengen.

Waar de immer kritische Rubens aanvankelijk jonge, nog kneedbare graveurs in dienst nam en nauw toezag op hun werk, vormden zijn veelvuldige afwezigheid vanwege diplomatieke activiteiten in de jaren 1620 aanleiding om nu ervaren, zelfstandige graveurs aan te trekken. Negen werken werden onder toezicht van Rubens gesneden, waaronder Boëtius’ Christus aan het kruis (Le Coup de Lance) en Het oordeel van Salomo (het beeldmerk van de expositie) tot de bekendste behoren. Ook na Rubens´ dood gaf Schelte vele tientallen prenten naar de grote schilder uit (waaronder diens Grote en Kleine landschappen). Van de originele koperplaten door Boëtius en Schelte gegraveerd zijn enkele exemplaren te zien.

Samenwerking met velen

Naar Anton van Dyck sneed Schelte naast veel episoden uit het leven van Maria en Christus, zeven portretten uit de Iconographie. In deze portrettenserie werd ook een beeltenis van Scheltes hoofd zelf opgenomen (op het lichaam van een ander). Tevens dong een keur aan andere schilders naar de diensten van de broers, onder wie Gerard Seghers, Theodor Rombouts, Jacob Jordaens, Erasmus Quellinus en Abraham van Diepenbeeck. De samenwerking legde met name Schelte geen windeieren: hij kon grote sommen vragen voor zijn werk.

Devotiegrafiek


Uitzonderlijk aan de broers is dat zij zich naast kunstgrafiek eveneens toelegden op devotiegrafiek, een kunstvorm die kenmerkend is voor de contrareformatie van de vroege 17de eeuw. De heersende gebeds- en meditatiepraktijk was dat de gelovige zich in een persoonlijk gesprek met God via de prent met alle zintuigen (smaak, reuk, tastzin, gehoor en gezicht) verbeeldde aanwezig te zijn bij de afgebeelde handeling, situatie of gebeurtenis uit het leven van Christus of een heilige.

Vooral Boëtius à Bolswert ontleent hieraan zijn internationale reputatie. Voor zes devotieboeken sneed hij bijna tweehonderd illustraties. Vooral de afbeeldingen uit het boek Pia Desideria (1624) zouden een lang leven beschoren zijn. Niet de tekst, maar de afbeeldingen bezorgden het boek maar liefst 150 (!) herdrukken, vertalingen en bewerkingen in meer dan twintig Europese landen. Opmerkelijk feit dat daartoe ook tal van protestantse uitgaven behoorden, uitgegeven door onder meer doopsgezinden, piëtisten en lutheranen.

Cadeau

Expositie en monografie zijn een cadeau aan de samenleving door het Sint Anthony Gasthuis dat in 2013 zijn 550-jarig jubileum viert. Aanvankelijk bood het Gasthuis (vanaf minstens 1463) kortdurend onderdak aan passanten die geen onderkomen hadden of konden betalen. Vanaf de 17de eeuw biedt het Gasthuis huisvesting en voeding aan ouderen die zich via een bedrag inkopen. Deze huisvestingsfunctie bestaat nog steeds, maar onder moderne condities. Daarnaast behoort het Gasthuis tot de belangrijkste charitatieve instellingen van de stad Bolsward. In dat kader past dit cadeau.

 

Museum

TBM.jpg
ct - 1.jpg